zaadstreng
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een streng met bindweefsel, bloedvaten, zenuwen en de zaadleider die van de zaadbal tot aan de buikwand loopt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaadstrengen | meervoud |
| zaadstrengetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaadstrengetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaad en streng
Woordfamilie van zaadstreng
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaadstrengen | meervoud | zaadstreng |
| zaadstrengetje | verkleinwoord | zaadstreng |
| zaadstrengetjes | verkleinwoord meervoud | zaadstreng |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaadstreng zijn vastgelegd.