zaadkorrel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zaadje van graangewassen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaadkorrels | meervoud |
| zaadkorreltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaadkorreltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaad en korrel
Woordfamilie van zaadkorrel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaadkorrels | meervoud | zaadkorrel |
| zaadkorreltje | verkleinwoord | zaadkorrel |
| zaadkorreltjes | verkleinwoord meervoud | zaadkorrel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaadkorrel zijn vastgelegd.