zaaddoos
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een doosvrucht die gevormd is uit meerdere vruchtbladen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaaddoosje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaaddoosjes | verkleinwoord, meervoud |
| zaaddozen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaad en doos
Woordfamilie van zaaddoos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaaddoosje | verkleinwoord | zaaddoos |
| zaaddoosjes | verkleinwoord meervoud | zaaddoos |
| zaaddozen | meervoud | zaaddoos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaaddoos zijn vastgelegd.