zaadcel
zelfstandig naamwoord /ˈzatsɛl/Betekenis
- mannelijke geslachtscel
Hoe spreek je zaadcel uit?
/ˈzatsɛl/
Zaadcel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaadcellen | meervoud |
| zaadcelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaadcelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaad en cel
Woordfamilie van zaadcel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaadcellen | meervoud | zaadcel |
| zaadcelletje | verkleinwoord | zaadcel |
| zaadcelletjes | verkleinwoord meervoud | zaadcel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaadcel zijn vastgelegd.