wouter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een waterpas latje bevestigd aan muur of beschot, om er het uiteinde van een plank op te leggen
- volksnaam voor de Vlaamse gaai
- water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wouters | meervoud |
| woutertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| woutertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordfamilie van wouter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wouters | meervoud | wouter |
| woutertje | verkleinwoord | wouter |
| woutertjes | verkleinwoord meervoud | wouter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wouter zijn vastgelegd.