woonwinkel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- winkel die zich richt op het verkopen van materialen en meubelen voor de inrichting van woningen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woonwinkels | meervoud |
| woonwinkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| woonwinkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van de werkwoordstam van wonen en winkel
Woordfamilie van woonwinkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woonwinkels | meervoud | woonwinkel |
| woonwinkeltje | verkleinwoord | woonwinkel |
| woonwinkeltjes | verkleinwoord meervoud | woonwinkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woonwinkel zijn vastgelegd.