woontoren
zelfstandig naamwoordBetekenis
- middeleeuwse toren waarin men kan wonen (tijdens een belegering)
- hoog flatgebouw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woontorens | meervoud |
| woontorentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| woontorentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van wonen ww en toren zn
Woordfamilie van woontoren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woontorens | meervoud | woontoren |
| woontorentje | verkleinwoord | woontoren |
| woontorentjes | verkleinwoord meervoud | woontoren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woontoren zijn vastgelegd.