woonpark
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een groene wijk met woningen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woonparken | meervoud |
| woonparkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| woonparkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van de werkwoordstam van wonen en park
Woordfamilie van woonpark
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woonparken | meervoud | woonpark |
| woonparkje | verkleinwoord | woonpark |
| woonparkjes | verkleinwoord meervoud | woonpark |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woonpark zijn vastgelegd.