woongroep
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een groep van samenwonenden die gezamenlijk allerlei dagelijkse, huishoudelijke aangelegenheden verrichten zonder dat er sprake is van een gezinsverband of liefdesrelaties
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woongroepen | meervoud |
| woongroepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| woongroepjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van woon ww en groep
Woordfamilie van woongroep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woongroepen | meervoud | woongroep |
| woongroepje | verkleinwoord | woongroep |
| woongroepjes | verkleinwoord meervoud | woongroep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woongroep zijn vastgelegd.