woonbuurt
zelfstandig naamwoord ˈwonbyrtBetekenis
- omgeving binnen een stad of dorp bedoeld voor huisvesting van mensen en met een omvang dat inwoners elkaar gewoonlijk vaker zien dan inwoners uit de rest van stad of dorp
Hoe spreek je woonbuurt uit?
/ˈwonbyrt/
Woonbuurt bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| o | boot |
| n | nek |
| b | bak |
| y | fuut |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woonbuurten | meervoud |
| woonbuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| woonbuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van woon ww en buurt zn
Woordfamilie van woonbuurt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woonbuurten | meervoud | woonbuurt |
| woonbuurtje | verkleinwoord | woonbuurt |
| woonbuurtjes | verkleinwoord meervoud | woonbuurt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woonbuurt zijn vastgelegd.