woningvoorraad
zelfstandig naamwoordBetekenis
- alle gebouwen geschikt voor bewoning in een bepaald gebied
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woningvoorraadje | verkleinwoord, enkelvoud |
| woningvoorraadjes | verkleinwoord, meervoud |
| woningvoorraden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van woning en voorraad
Woordfamilie van woningvoorraad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woningvoorraadje | verkleinwoord | woningvoorraad |
| woningvoorraadjes | verkleinwoord meervoud | woningvoorraad |
| woningvoorraden | meervoud | woningvoorraad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woningvoorraad zijn vastgelegd.