Naar de inhoud

woningbouwer

iemand die woningen bouwt

woningbouwer

zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. iemand die woningen bouwt

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
woningbouwers meervoud
woningbouwertje verkleinwoord, enkelvoud
woningbouwertjes verkleinwoord, meervoud

Herkomst

Samenstelling van woning en bouwer

Woordfamilie van woningbouwer

Woordvorm Relatie Afgeleid van
woningbouwers meervoud woningbouwer
woningbouwertje verkleinwoord woningbouwer
woningbouwertjes verkleinwoord meervoud woningbouwer

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woningbouwer zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over woningbouwer

Wat is de betekenis van woningbouwer?
Woningbouwer is een zelfstandig naamwoord. De betekenis is: iemand die woningen bouwt.
Wat is het meervoud van woningbouwer?
Van woningbouwer geldt: het meervoud is woningbouwers. De volledige verbuiging staat in de tabel op deze pagina.
Wat is het verkleinwoord van woningbouwer?
De verkleinvorm van woningbouwer is woningbouwertje, altijd met het lidwoord het. Het meervoud daarvan is woningbouwertjes.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord woningbouwer is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. I 1
  5. N 1
  6. G 3
  7. B 3
  8. O 1
  9. U 4
  10. W 5
  11. E 1
  12. R 2
  13. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

woningbouwer levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. I 2
  5. N 1
  6. G 3
  7. B 4
  8. O 1
  9. U 2
  10. W 5
  11. E 1
  12. R 2
  13. 28 zonder bonus
  14. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

woningbouwer in het kort

woningbouwer staat in dit woordenboek als zelfstandig naamwoord. Van woningbouwer staan er 3 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort woningbouwer bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

woningbouwer: iemand die woningen bouwt
Deel woningbouwer — standaardnederlands.nl