woeker
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- onwettige of onevenredige hoge winst door misbruik van (de nood van) een ander
- ongecontroleerde groei
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van woekeren
- gebiedende wijs van woekeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van woekeren
Vervoeging van woeker
woekerhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘onmatig hoge rente’ voor het eerst aangetroffen in 1285