witvis
zelfstandig naamwoord ˈwɪtfɪsBetekenis
- informele verzamelnaam voor verschillende licht gekleurde karperachtigen, ongeveer overeenkomend met de karperachtigen die in de Benelux voorkomen
- consumptievis met wit visvlees
Hoe spreek je witvis uit?
/ˈwɪtfɪs/
Witvis bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| f | fiets |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- verzamelnaam voor verschillende licht gekleurde karperachtigen, ongeveer overeenkomend met de karperachtigen die in de Benelux voorkomen informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| witvisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| witvisjes | verkleinwoord, meervoud |
| witvissen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van wit bn en vis zn
Woordfamilie van witvis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| witvisje | verkleinwoord | witvis |
| witvisjes | verkleinwoord meervoud | witvis |
| witvissen | meervoud | witvis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van witvis zijn vastgelegd.