witteboordencrimineel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- beoefenaar van witteboordencriminaliteit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| witteboordencrimineeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| witteboordencrimineeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| witteboordencriminelen | meervoud |
Herkomst
Samenstelling van witte, boord en crimineel met het invoegsel -en-
Woordfamilie van witteboordencrimineel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| witteboordencrimineeltje | verkleinwoord | witteboordencrimineel |
| witteboordencrimineeltjes | verkleinwoord meervoud | witteboordencrimineel |
| witteboordencriminelen | meervoud | witteboordencrimineel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van witteboordencrimineel zijn vastgelegd.