winternacht
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de uren tussen de avond en de ochtend van een dag in de winter.
- een nacht in december, januari of februari
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| winternachten | meervoud |
| winternachtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| winternachtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van winter en nacht
Woordfamilie van winternacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| winternachten | meervoud | winternacht |
| winternachtje | verkleinwoord | winternacht |
| winternachtjes | verkleinwoord meervoud | winternacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van winternacht zijn vastgelegd.