winterdag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een dag in december, januari of februari
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| winterdagen | meervoud |
| winterdagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| winterdagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van winter en dag
Woordfamilie van winterdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| winterdagen | meervoud | winterdag |
| winterdagje | verkleinwoord | winterdag |
| winterdagjes | verkleinwoord meervoud | winterdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van winterdag zijn vastgelegd.