winterband
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een autoband die in de winter gebruikt wordt, vanwege betere grip met het profiel en afgestemd is op wintertemperaturen.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| winterbanden | meervoud |
| winterbandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| winterbandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van winter en band
Woordfamilie van winterband
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| winterbanden | meervoud | winterband |
| winterbandje | verkleinwoord | winterband |
| winterbandjes | verkleinwoord meervoud | winterband |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van winterband zijn vastgelegd.