wilg
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Salix sp. een boomsoort die het in drasse gebieden goed doet
zelfstandig naamwoord — masculine
- een geslacht Salix van tweehuizige bomen en struiken uit de wilgenfamilie (Salicaceae). Wilgen zijn bladverliezende bomen met verspreide bladstand. De knop heeft één knopschub. De bloeiwijze van de wilg heeft de vorm van een katje en groeit uit de zijknoppen van een eenjarige twijg. De wilgenkatjes zitten of staan, dit in tegenstelling tot de hangende katjes bij populieren. De bomen doen het in drasse gebieden goed
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wilgen | meervoud |
| wilgje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wilgjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘boomsoort’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van wilg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wilgje | verkleinwoord | wilg |
| wilgjes | verkleinwoord meervoud | wilg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wilg zijn vastgelegd.