wijnroeier
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die met een speciale peilstok (de wijnroede) de hoeveelheid wijn in een vat kon meten, om de verschuldigde accijns te berekenen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wijnroeiers | meervoud |
| wijnroeiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wijnroeiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van wijnroede met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van wijnroeier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wijnroeiers | meervoud | wijnroeier |
| wijnroeiertje | verkleinwoord | wijnroeier |
| wijnroeiertjes | verkleinwoord meervoud | wijnroeier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wijnroeier zijn vastgelegd.