wijkpredikant
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een predikant die ingesteld is om in een bepaalde werk zijn werk te doen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wijkpredikanten | meervoud |
| wijkpredikantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wijkpredikantjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van wijk en predikant
Woordfamilie van wijkpredikant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wijkpredikanten | meervoud | wijkpredikant |
| wijkpredikantje | verkleinwoord | wijkpredikant |
| wijkpredikantjes | verkleinwoord meervoud | wijkpredikant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wijkpredikant zijn vastgelegd.