wielrijden
werkwoordBetekenis
- het rijden op een fiets als sport of recreatie, fietsen
Vervoeging van wielrijden
wielrijdenhele werkwoord — -voltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | verleden tijd |
| - | verleden tijd, deelwoord |
Herkomst
samenstelling van wiel en rijden
Woordfamilie van wielrijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wielrij | woordvorm | wielrijden |
| wielrijd | woordvorm | wielrijden |
| wielrijdend | woordvorm | wielrijden |
| wielrijdende | woordvorm | wielrijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wielrijden zijn vastgelegd.