wielklem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toestel waarmee foutief of te lang geparkeerde motorvoertuigen het wegrijden onmogelijk wordt gemaakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wielklemmen | meervoud |
| wielklemmetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wielklemmetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van wiel zn en klem zn
Woordfamilie van wielklem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wielklemmen | meervoud | wielklem |
| wielklemmetje | verkleinwoord | wielklem |
| wielklemmetjes | verkleinwoord meervoud | wielklem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wielklem zijn vastgelegd.