wicket
zelfstandig naamwoord ˈwɪkətBetekenis
- (cricket) doel bij een wedstrijd
- die door de ploeg in het veld moet worden omgegooid om een slagman uit te schakelen
- (ook als gevolg van een vangbal)
- in het midden van een cricketveld
- wicket, een attribuut van cricket
- loket, voor kaartverkoop etc.
- rinket, een valdeur of schuif, in een sluisdeur
Hoe spreek je wicket uit?
/ˈwɪkət/
Wicket bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- doel bij een wedstrijd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wickets | meervoud |
Herkomst
van Engels wicket, in de betekenis van ‘doel bij cricketspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1648
Woordfamilie van wicket
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wickets | meervoud | wicket |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wicket zijn vastgelegd.