werkwoordelijk
bijvoeglijk naamwoord ˌwɛrᵊkˈwordələkBetekenis
- betrekking hebben op een werkwoord, (alleen maar) werkwoorden bevattend
- werkwoordelijk gezegde: een gezegde dat alleen maar bestaat uit werkwoorden en geen informatie geeft over het onderwerp
Hoe spreek je werkwoordelijk uit?
/ˌwɛrəkˈwordələk/
Werkwoordelijk bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| k | kat |
| o | boot |
| d | dak |
| l | land |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| werkwoordelijke | verbogen, stellende trap |
| werkwoordelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| werkwoordelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| werkwoordelijkers | partitief, vergrotende trap |
| werkwoordelijks | partitief, stellende trap |
| werkwoordelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| werkwoordelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van werkwoord met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van werkwoordelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| werkwoordelijke | verbogen vorm | werkwoordelijk |
| werkwoordelijker | vergrotende trap | werkwoordelijk |
| werkwoordelijkere | verbogen vergrotende trap | werkwoordelijk |
| werkwoordelijkers | partitieve vergrotende trap | werkwoordelijk |
| werkwoordelijks | partitive, positive | werkwoordelijk |
| werkwoordelijkst | uninflected, superlative | werkwoordelijk |
| werkwoordelijkste | inflected, superlative | werkwoordelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van werkwoordelijk zijn vastgelegd.