naamwoordelijk
bijvoeglijk naamwoord namˈwordələkBetekenis
- betreffende het deel van het gezegde dat bestaat uit een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord
Hoe spreek je naamwoordelijk uit?
/namˈwordələk/
Naamwoordelijk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| m | maan |
| w | quiz |
| o | boot |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| naamwoordelijke | verbogen, stellende trap |
| naamwoordelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| naamwoordelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| naamwoordelijkers | partitief, vergrotende trap |
| naamwoordelijks | partitief, stellende trap |
| naamwoordelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| naamwoordelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van naamwoord met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van naamwoordelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| naamwoordelijke | verbogen vorm | naamwoordelijk |
| naamwoordelijker | vergrotende trap | naamwoordelijk |
| naamwoordelijkere | verbogen vergrotende trap | naamwoordelijk |
| naamwoordelijkers | partitieve vergrotende trap | naamwoordelijk |
| naamwoordelijks | partitive, positive | naamwoordelijk |
| naamwoordelijkst | uninflected, superlative | naamwoordelijk |
| naamwoordelijkste | inflected, superlative | naamwoordelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naamwoordelijk zijn vastgelegd.