werkpaard
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een paard dat gehouden wordt om arbeid te verrichten
- een persoon die hard werkt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| werkpaarden | meervoud |
| werkpaardje | verkleinwoord, enkelvoud |
| werkpaardjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van werk en paard
Woordfamilie van werkpaard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| werkpaarden | meervoud | werkpaard |
| werkpaardje | verkleinwoord | werkpaard |
| werkpaardjes | verkleinwoord meervoud | werkpaard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van werkpaard zijn vastgelegd.