wellust
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zingenot, seksueel genot
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wellusten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘zingenot’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van wellust
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wellusten | meervoud | wellust |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wellust zijn vastgelegd.