geilheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het geil zijn, de wellustigheid
- van gewassen, bomen, planten enz.: weelderigheid ?
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geilheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van geil met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van geilheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geilheden | meervoud | geilheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geilheid zijn vastgelegd.