wegopzichter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die toezicht houdt op een weg
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wegopzichters | meervoud |
| wegopzichtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wegopzichtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van weg en opzichter
Woordfamilie van wegopzichter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wegopzichters | meervoud | wegopzichter |
| wegopzichtertje | verkleinwoord | wegopzichter |
| wegopzichtertjes | verkleinwoord meervoud | wegopzichter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegopzichter zijn vastgelegd.