wegenbouwer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die wegen aanlegt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wegenbouwers | meervoud |
| wegenbouwertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wegenbouwertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van wegenbouw met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van wegenbouwer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wegenbouwers | meervoud | wegenbouwer |
| wegenbouwertje | verkleinwoord | wegenbouwer |
| wegenbouwertjes | verkleinwoord meervoud | wegenbouwer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegenbouwer zijn vastgelegd.