weesmeester
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de directeur van een weeshuis
- iemand die lid is van de weeskamer en over de wezen voogdij heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weesmeesters | meervoud |
| weesmeestertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| weesmeestertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van wees en meester
Woordfamilie van weesmeester
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weesmeesters | meervoud | weesmeester |
| weesmeestertje | verkleinwoord | weesmeester |
| weesmeestertjes | verkleinwoord meervoud | weesmeester |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weesmeester zijn vastgelegd.