weekmaker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stof met een lage molecuulmassa die toegvoegd wordt aan een amorfe kunststof om het glaspunt ervan te verlagen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weekmakers | meervoud |
| weekmakertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| weekmakertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van week en maker
Woordfamilie van weekmaker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weekmakers | meervoud | weekmaker |
| weekmakertje | verkleinwoord | weekmaker |
| weekmakertjes | verkleinwoord meervoud | weekmaker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weekmaker zijn vastgelegd.