webcam
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een digitale videocamera die via het internet beelden en geluid verstuurt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| webcammetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| webcammetjes | verkleinwoord, meervoud |
| webcams | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘camera waarvan het beeld rechtstreeks op internet verschijnt’ voor het eerst aangetroffen in 1998
Woordfamilie van webcam
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| webcammetje | verkleinwoord | webcam |
| webcammetjes | verkleinwoord meervoud | webcam |
| webcams | meervoud | webcam |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van webcam zijn vastgelegd.