watten
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- ongesponnen katoen of een synthetische vervanging daarvan bedoeld voor het aanbrengen op wonden
- van ongesponnen katoen of een synthetische vervanging daarvan vervaardigd
- overdrachtelijk beneveld, onhelder
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| watje | verkleinwoord, enkelvoud |
| watjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
alleen meervoud, via Frans ouate van middeleeuws Latijn wadda "textiel dat ruw en rafelig is gemaakt voor gebruik als voering of in dekens", in de betekenis van ‘verbandmiddel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1655