waterpoort
zelfstandig naamwoord ˈwatərportBetekenis
- stadspoort die als doorgang dient voor een gracht
- naar buiten opengaande deur om overgekomen water te laten uitvloeien.
Hoe spreek je waterpoort uit?
/ˈwatərport/
Waterpoort bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| p | pak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- naar buiten opengaande deur om overgekomen water te laten uitvloeien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waterpoorten | meervoud |
| waterpoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| waterpoortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van water zn en poort zn
Woordfamilie van waterpoort
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waterpoorten | meervoud | waterpoort |
| waterpoortje | verkleinwoord | waterpoort |
| waterpoortjes | verkleinwoord meervoud | waterpoort |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waterpoort zijn vastgelegd.