waszak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zak waarin men de vuile was kan doen
- met een rits afsluitbaar zakje van een speciaal soort dunne, geweven stof (meestal nylonachtig) om kwetsbare kleding of knuffels te beschermen tegen beschadigingen door de wasmachine, of om juist de wasmachine en ander wasgoed te beschermen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waszakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| waszakjes | verkleinwoord, meervoud |
| waszakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van was zn en zak zn
Woordfamilie van waszak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waszakje | verkleinwoord | waszak |
| waszakjes | verkleinwoord meervoud | waszak |
| waszakken | meervoud | waszak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waszak zijn vastgelegd.