warrant
zelfstandig naamwoordBetekenis
- volmacht
- bewijsstuk van uitvinding - patent, octrooi
- bewijsstuk voor opgeslagen waren
- verhandelbaar recht om tegen een vastgestelde koers gedurende een bepaalde periode nieuwe aandelen te kopen, rechtstreeks van de vennootschap (niet via de beurs)
zelfstandig naamwoord — masculine
- bewijsstuk van uitvinding -> patent, octrooi
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| warrants | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘volmacht’ voor het eerst aangetroffen in 1684
Woordfamilie van warrant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| warrants | meervoud | warrant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van warrant zijn vastgelegd.