wandplaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- plaat waarmee men een muur kan afwerken als bouwmateriaal
- afbeelding of kaart die men aan de muur kan hangen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wandplaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wandplaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| wandplaten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van wand zn en plaat zn
Woordfamilie van wandplaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wandplaatje | verkleinwoord | wandplaat |
| wandplaatjes | verkleinwoord meervoud | wandplaat |
| wandplaten | meervoud | wandplaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wandplaat zijn vastgelegd.