wagenpark
zelfstandig naamwoordBetekenis
- alle auto's van een organisatie of groep personen tezamen
zelfstandig naamwoord — neuter
- verzameling van alle auto's die in een land rijden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wagenparken | meervoud |
| wagenparkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wagenparkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van wagen zn en park zn
Woordfamilie van wagenpark
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wagenparken | meervoud | wagenpark |
| wagenparkje | verkleinwoord | wagenpark |
| wagenparkjes | verkleinwoord meervoud | wagenpark |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wagenpark zijn vastgelegd.