waardeel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- eenheid van aandelen in een boermarke, de gemeenschappelijke bezittingen van een buurschap
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waardeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| waardeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| waardelen | meervoud |
Herkomst
Samenstelling van waar, (stam van het verouderde werkwoord waren) en deel
Woordfamilie van waardeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waardeeltje | verkleinwoord | waardeel |
| waardeeltjes | verkleinwoord meervoud | waardeel |
| waardelen | meervoud | waardeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waardeel zijn vastgelegd.