vuurdoop
zelfstandig naamwoord ˈvyrdopBetekenis
- (sinds de 19de eeuw) het eerste gevecht dat een soldaat meemaakt
- vuurproef, de eerste keer dat je een bepaalde moeilijke handeling verricht die dan ook direct een toets of beproeving is of je het wel aankan
Hoe spreek je vuurdoop uit?
/ˈvyrdop/
Vuurdoop bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| y | fuut |
| r | rood |
| d | dak |
| o | boot |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- het eerste gevecht dat een soldaat meemaakt
- de eerste keer dat men een bepaalde moeilijke handeling verricht, die dan direct ook een toets of beproeving is figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vuurdoopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vuurdoopjes | verkleinwoord, meervoud |
| vuurdopen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vuur zn en doop zn , leenvertaling (via Frans of Duits) uit kerkelijk Oudgrieks βάπτισμα πυρός een toespeling op Matteüs 3:11, Markus 1:8 en Lukas 3:16, oorspronkelijk in theologische verhandelingen, in militaire zin sinds 1822 (beïnvloed door Frans gebruik)
Woordfamilie van vuurdoop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vuurdoopje | verkleinwoord | vuurdoop |
| vuurdoopjes | verkleinwoord meervoud | vuurdoop |
| vuurdopen | meervoud | vuurdoop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vuurdoop zijn vastgelegd.