vuistbijl
zelfstandig naamwoord ˈvœys(t)bɛilBetekenis
- een kerngereedschap uit het paleolithicum, het Acheuléen en het Moustérien, dat voorkomt in Afrika, Europa, het westen van Eurazië, India en het westen van China, maar niet verder naar het oosten
Hoe spreek je vuistbijl uit?
/ˈvœystbɛil/
Vuistbijl bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| œy | huis |
| s | sok |
| t | tak |
| b | bak |
| ɛi | trein |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vuistbijlen | meervoud |
| vuistbijltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vuistbijltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vuist en bijl
Woordfamilie van vuistbijl
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vuistbijlen | meervoud | vuistbijl |
| vuistbijltje | verkleinwoord | vuistbijl |
| vuistbijltjes | verkleinwoord meervoud | vuistbijl |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vuistbijl zijn vastgelegd.