vuiligheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dat wat vuil is
- poep.
- een vuile, gemene uiting
- een gemene streek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vuiligheden | meervoud |
| vuiligheidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vuiligheidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van vuil met het achtervoegsel -ig en met het achtervoegsel -heid.
Woordfamilie van vuiligheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vuiligheden | meervoud | vuiligheid |
| vuiligheidje | verkleinwoord | vuiligheid |
| vuiligheidjes | verkleinwoord meervoud | vuiligheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vuiligheid zijn vastgelegd.