vrouwenpraatgroep
zelfstandig naamwoordBetekenis
- praatgroep waarvan de deelnemers uitsluitend uit vrouwen bestaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrouwenpraatgroepen | meervoud |
| vrouwenpraatgroepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vrouwenpraatgroepjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vrouw en praatgroep met het invoegsel -en-
Woordfamilie van vrouwenpraatgroep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrouwenpraatgroepen | meervoud | vrouwenpraatgroep |
| vrouwenpraatgroepje | verkleinwoord | vrouwenpraatgroep |
| vrouwenpraatgroepjes | verkleinwoord meervoud | vrouwenpraatgroep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrouwenpraatgroep zijn vastgelegd.