vrouwencondoom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- voorbehoedmiddel, bestaande uit een huls van dunne kunststof, die in de vagina geschoven wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrouwencondoompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vrouwencondoompjes | verkleinwoord, meervoud |
| vrouwencondooms | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vrouw en condoom met het invoegsel -en-
Woordfamilie van vrouwencondoom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrouwencondoompje | verkleinwoord | vrouwencondoom |
| vrouwencondoompjes | verkleinwoord meervoud | vrouwencondoom |
| vrouwencondooms | meervoud | vrouwencondoom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrouwencondoom zijn vastgelegd.