vrijheer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- edelman met veel privileges die alleen de koning boven zich erkent
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrijheertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vrijheertjes | verkleinwoord, meervoud |
| vrijheren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vrij bn en heer zn
Woordfamilie van vrijheer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrijheertje | verkleinwoord | vrijheer |
| vrijheertjes | verkleinwoord meervoud | vrijheer |
| vrijheren | meervoud | vrijheer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijheer zijn vastgelegd.