vrijdenker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die iedere vorm van dogmatiek afwijst en met name iedere vorm van dogmatisch geloof
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrijdenkers | meervoud |
| vrijdenkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vrijdenkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘die het denken los wil maken van het kerkgezag’ voor het eerst aangetroffen in 1789
Woordfamilie van vrijdenker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrijdenkers | meervoud | vrijdenker |
| vrijdenkertje | verkleinwoord | vrijdenker |
| vrijdenkertjes | verkleinwoord meervoud | vrijdenker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijdenker zijn vastgelegd.