vrijdagnacht
zelfstandig naamwoord, bijwoordBetekenis
- de nacht van vrijdag op zaterdag.
- in de nacht van de vrijdag
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrijdagnachten | meervoud |
| vrijdagnachtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vrijdagnachtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vrijdag en nacht
Woordfamilie van vrijdagnacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrijdagnachten | meervoud | vrijdagnacht |
| vrijdagnachtje | verkleinwoord | vrijdagnacht |
| vrijdagnachtjes | verkleinwoord meervoud | vrijdagnacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijdagnacht zijn vastgelegd.