vrieskast
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een koelapparaat dat koelt tot een temperatuur (ver) beneden het vriespunt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrieskasten | meervoud |
| vrieskastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vrieskastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘apparaat om levensmiddelen in te vriezen’ voor het eerst aangetroffen in 1914
Woordfamilie van vrieskast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrieskasten | meervoud | vrieskast |
| vrieskastje | verkleinwoord | vrieskast |
| vrieskastjes | verkleinwoord meervoud | vrieskast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrieskast zijn vastgelegd.